Dit was het centrale thema van het recente rondetafelgesprek dat Eyeline organiseerde met vakgenoten uit het onderwijs, de branche, beroepsverenigingen en de industrie. Het onderwerp werd in samenwerking met Richard Backx (Bausch + Lomb) gekozen.
“We hebben bewust voor het woord ‘aanpasser’ en niet voor ‘specialist’ gekozen”, licht Richard toe. “Zo trekken we het breder: de contactlensaanpasser kan een opticien zijn, een contactlensspecialist, een optometrist of iemand intern opgeleid binnen een keten. Daarom zit er hier vandaag ook zo’n veelzijdige groep aan tafel”.
Stelling: het tekort aan contactlensaanpassers is primair een instroomprobleem, niet een opleidings- of arbeidsmarktprobleem.
Moderator We willen dat de contactlensaanpasser goed wordt opgeleid, volgens een duidelijke basis, vanuit de brancheopleiding of de hogeschool. Maar de realiteit is dat door het tekort er soms ‘shortcuts’ worden genomen om mensen sneller de meetruimte in te krijgen. Noodzaak dwingt.
Karin van Hees-Teuben Er zijn maar weinig optometristen die echt contactlenzen willen aanpassen. Bij de optometriestagiaires die ik begeleid, merk ik weinig enthousiasme voor dit onderdeel.
Bianca Schut Binnen het mbo zien we juist veel opticiens die willen doorgroeien, maar niet meteen vier jaar optometrie willen doen. Zij kiezen bewust voor de contactlensopleiding als verdieping. Enkelen starten met het idee ‘ik probeer een jaar en zie wel’, maar praktisch iedereen die begint maakt het uiteindelijk af.
Henri Eek Studenten die voor de hogeschool kiezen, willen vooral optometrist worden. Contactlenzen horen erbij, maar niet iedereen is er even enthousiast over. Studenten die eerst de optiekopleiding doen en daarna bewust kiezen voor contactlenzen, zitten daar soms met meer motivatie.
Wilfred de Jong Dat herken ik bij optometriestagiaires. Twee onderdelen worden vaak gemeden: binoculair zien en contactlenzen. Pathologie heeft meestal de voorkeur.
Henri Ik herken dat wel, contactlenzen zijn dan nog relatief populair, maar klinische onderwerpen staan bovenaan.
Karin Speciale lenzen zoals scleralenzen wekken nog wel interesse. Maar standaard zachte of vormstabiele lenzen zijn niet ‘hip’.
Olaf Brueren Ik merk dat studenten die eerst de contactlensopleiding doen en daarna richting optometrie gaan, blij zijn met die basis. In de optometrieopleiding komt het onderwerp kort en snel aan bod. Ook optiekstudenten die niet gelijk richting optometrie gaan of niet willen, kiezen de contactlensopleiding en zijn serieuze studenten.
Karin Veel hangt ook af van de stageplek. In een praktijk met veel variatie en verdieping raken studenten enthousiaster dan in een praktijk waar alleen ‘zachte lenzen geplakt worden’, zoals Eef van der Worp dat altijd mooi zegt.
Wilfred De kwaliteit van contactlenskennis en vaardigheden van optometristen hangt inderdaad sterk af van de stage. Onderwijs is belangrijk, maar de praktijkervaring bepaalt veel.
Olaf Vroeger was er mbo Optometrie & Contactlenzen. Daarna bleef contactlensonderwijs op het mbo en ging optometrie naar het hbo. Waarom geven we dan toch contactlensonderwijs opnieuw op de hogeschool, terwijl het mbo, of mbo-plus, juist diepgaander op dit onderwerp lesgeeft?
Henri Het hbo behandelt dezelfde stof, maar in hoger tempo. Daarnaast is er meer aandacht voor de relatie met klinische onderdelen en casuïstiek. De inhoud is dan ook grotendeels vergelijkbaar, maar zoals gezegd verschilt het tempo en soms de motivatie bij studenten.
Bianca En motivatie bepaalt uiteindelijk wel of kennis blijft hangen.
Moderator Kunnen we dan stellen dat het vooral een instroomprobleem is, meer nog dan een tekort aan opleidingen of onvoldoende arbeidsplekken?
Henri Ja, en er speelt een demografisch probleem. Minder jongeren kiezen überhaupt voor optiek. De basis moet gelegd worden op middelbare scholen; daar moet je enthousiasme wekken.
Hendri van Veen In mijn nieuwe rol bij de NUVO zie ik dat er bij partijen binnen de optiek wel het enthousiasme is om met elkaar in gesprek te gaan, maar het komt er door de waan van de dag niet van. Ik merk dat ik overal warm word ontvangen, maar dat de prioriteit niet altijd ligt in samenwerken. Hierdoor lijkt het soms of we concurrenten van elkaar zijn, terwijl het moet draaien om goed onderwijs dat aansluit op wat de praktijk nodig heeft.
Olaf Het nieuwe kwalificatiedossier voor optiek is van start. De inhoud is op veel punten nauwelijks veranderd. Sommige onderwerpen zijn verbeterd of herschreven. De manier van toetsen, met proeven van bekwaamheid, is wel aangepast.
Stelling: onderwijs, beroepsverenigingen en industrie werken te veel langs elkaar heen om het tekort op te lossen: eilandjes of met elkaar bouwend aan de toekomst?
Olaf Met ‘Werken in de optiek’ is de eerste stap gezet richting meer samenwerking tussen ondernemers en opleiders om meer jongeren warm te maken voor het optiekvak.
Hendri Hiermee proberen we jongeren te enthousiasmeren. Dat doen branchepartijen nu samen met één gezicht naar buiten. Dat is een mooie stap en daar word ik heel blij van.
Moderator Veel ondernemers willen optometrie behouden binnen de optiekzaak, maar vrezen dat het vak door de klinische focus van de opleiding verschuift richting tweede lijn. Zou de optometrieopleiding daarom niet moeten aansluiten bij een platform als ‘Werken in de optiek’?
Henri Dat is lastig te zeggen. Het hangt af van de visie van de hogeschool en de OVN. Willen we vooral de klinische kant op, of juist meer de verbinding met de winkelpraktijk behouden of versterken? Ik denk zelf overigens dat beide zou moeten kunnen.
Olaf De essentie van ‘Werken in de optiek’ is vooral om jongeren enthousiast te maken voor het vak, of ze nu opticien, contactlensspecialist, optometrist of verkoopmedewerker willen worden.
Moderator Maar moeten we het breder trekken dan alleen de winkel? Er zijn ook functies in de optische industrie. Houden we het breed, of richten we ons vooral op de optiekwinkel?
Olaf De focus ligt nu vooral op de winkel. Daar is het personeelstekort het grootst.
Karin De OVN doet zijn best optometrische zorg bereikbaar te houden in de eerste lijn, denk aan projecten in het kader van De Juiste Zorg op de Juiste Plek. Maar dan moeten optometristen daar ook zelf willen werken. Niet alleen voor controles, maar ook voor contactlensaanpassingen.
Owi Owusu Mensah Studenten kiezen veruit het vaakst voor de klinische kant: pathologie, onderzoeken, bevestiging zoeken bij wat ze in boeken zien. Contactlenzen vinden ze óók interessant, maar ze vergeten dat je alleen verder komt als de basis stevig is. Eerst routine, dan verdieping, zoals scleralenzen of myopiemanagement; ’Repetition makes it perfect’.
Karin Voor studenten voelt die basis in het begin vaak als ‘de saaie lijntjes’.
Owi Toch is dat nodig. Pas na honderden refracties zie je wat níet pluis is. Daarom pleit ik voor duidelijke onderwijscode, geaccrediteerde opleidingen en meer verbinding tussen studenten en de beroepsgroep via onder andere ANVC en OVN. Daar ligt voor optometristen ook de kracht van De Juiste Zorg op de Juiste Plek.
Moderator We merken ook dat jongeren zich minder snel aansluiten bij verenigingen. Is dat een bedreiging voor de toekomst van het vak?
Karin Ja, dat denk ik wel. Als verenigingen leeglopen, heb je geen achterban die opkomt voor je positie in de branche of het zorgstelsel.
Wilfred Ja, het is een verlies aan kennis, netwerk en saamhorigheid. Zoals wij hier nu praten, dát verdwijnt als iedereen alleen online kennis haalt.
Moderator We zijn het eens: instroom is een probleem. Maar als onderwijs, verenigingen en industrie nog steeds langs elkaar heen werken, hoe vinden we dan oplossingen?
Hendri Hoe vaak zitten we met deze groep bij elkaar? Dit is de eerste keer. Veel organisaties weten simpelweg niet van elkaar waar ze mee bezig zijn. Dat is geen onwil, maar versterkt wel het eilandjesgevoel. Terwijl we hetzelfde doel hebben: het vak sterker en aantrekkelijker maken. We zouden dit minstens één keer per jaar moeten doen.
Moderator Zijn we bang om iets kwijt te raken, zoals studenten, invloed, positie? Houden we daarom onze eigen eilandjes in stand?
Karin Een beetje wel. Iedereen vist in dezelfde vijver. Soms sturen we een klant niet door voor bijvoorbeeld myopiemanagement, uit angst die klant te verliezen.
Moderator Dat speelt misschien ook binnen verenigingen en opleidingen. Sommige mensen vinden het lastig om naast een directe concurrent te zitten op een bijeenkomst en kennis te delen. Maar als je niet deelt, kun je ook niet vermenigvuldigen. Toch blijft het verleidelijk om op je eigen eiland te blijven. De HU doet het zus, Gilde Opleidingen doet het zo. De vraag is: belemmert dat samenwerking?
Bianca Ik wil daar wel een nuance in aanbrengen. Binnen de contactlensopleidingen is er wél samenwerking. We hebben één keer per jaar een docentenoverleg, gebruiken dezelfde reader en werken samen aan actualisatie van de inhoud.
Olaf Dat is inderdaad anders dan bij de optiekopleidingen: daar gebruikt elke opleiding zijn eigen reader. Van een echte samenwerking is niet echt sprake. Er is soms wel overleg met collega-docenten, maar niet met alle docenten.
Henri Binnen de hogeschool loopt momenteel een contactlens-ontwikkeltraject. We verzamelen input van OVN, collega-opleiders, leveranciers en enkele ‘key opinion leaders’. Het doel is niet eigenwijs iets ontwikkelen, maar juist delen, zorgen dat het onderwijs toekomstbestendig is en ook breed gedragen wordt.
Wilfred En wat gebeurt er daarna met die informatie? Komt er dan een nieuwe reader?
Henri Niet direct. Eerst komt er een lijst met aandachtspunten. Daarna kijken we: wat behouden we, wat moet er nieuw bij en wat kan vervallen? Het curriculum moet behapbaar blijven.
Olaf Is dat gericht op optiek of optometrie?
Henri Het gaat om het contactlensonderwijs binnen de hogeschool.
Wilfred Dan vraag ik me af: wordt het wiel opnieuw uitgevonden? We willen toch hetzelfde uitstralen als beroepsgroep?
Bianca De brancheopleiding contactlensspecialist valt onder SOESV en is mbo. Optometrie is hbo. Dat zijn andere eindprofielen, dus twee verschillende readers lijken me logisch. Wel moeten we allemaal dezelfde taal blijven spreken.
Wilfred Precies. De basiskennis die mbo’ers krijgen, zou ook herkenbaar moeten zijn voor hbo’ers, zodat we tenminste dezelfde begrippen gebruiken.
Henri Uit gesprekken met onder andere Bianca blijkt dat zo’n 90% van de inhoud overeenkomt. Dan kijken we: wat mist er, wat kan weg, wat moet erbij? Maar we moeten voorkomen dat het curriculum overvol raakt. Overigens werken wij niet met readers maar met de digitale omgeving Canvas.
Moderator We gaan als professionals gemakkelijk de diepte in en de focus ligt al gauw op inhoud: curriculum, vakinhoudelijke aspecten. Maar verliezen we daarmee misschien de aansluiting met nieuwe instroom uit het oog?
Henri Helemaal niet. De branche verwacht veel van hbo’ers. Dat ze bijvoorbeeld meteen scleralenzen of ortho-k kunnen aanpassen. Dat is onrealistisch. We zijn al blij als ze de basis goed beheersen.
Hendri Maar leeft die verwachting niet ook doordat rollen in de praktijk soms door elkaar lopen? Een opticien, een optometrist. Voor de klant lijkt het hetzelfde.
Henri Dat komt omdat optometristen naast contactlenzen ook klinische optometrie, subnormaal zien en andere zorggebieden beheersen. Het betekent niet per se dat hun contactlenskennis hoger is dan die van een mbo-contactlensspecialist.
Bianca Toch leeft dat beeld wel in het werkveld.
Hendri En dat houden we als ondernemers misschien ook zelf in stand.
Moderator Samengevat: we werken niet volledig langs elkaar heen, maar er is veel onduidelijkheid. Iedereen probeert vanuit zijn eigen rol het wiel uit te vinden: opleidingen, NUVO, ANVC, OVN. De vraag is: hoe zorgen we dat we elkaar sneller vinden en elkaar versterken?
Bianca Misschien begint het gewoon bij initiatief nemen.
Hendri Mee eens. Eén lijntje is niet genoeg. Het moeten er meer zijn. En ik wil graag vanuit NUVO alle opleidingen bij elkaar brengen. Omdat er verschillen zijn, in aanpak, in inzicht, maar ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het vak verder te brengen.
Stelling: het contactlensonderwijs is te traditioneel en moet fundamenteel vernieuwen om jongeren te blijven boeien.
Bianca Er verdwijnen verouderde onderwerpen en er komen nieuwe inzichten bij. Ook de readers worden steeds geüpdatet op basis van actuele inzichten.
Olaf Het optiekonderwijs loopt qua kwalificatiestructuur achter. Daar zijn de lijnen langer. In het contactlensonderwijs kunnen we sneller schakelen.
Wilfred Contactlensonderwijs voelt voor mij niet als verouderd. Studenten vinden het leuk zodra ze ermee aan de slag gaan. Het probleem zit eerder ervoor. Op de werkvloer wordt het vak niet altijd aantrekkelijk gepositioneerd. ‘Doe intern maar een lensaanpassing en je krijgt een euro extra’; dat motiveert niet om je echt te verdiepen of naar school te gaan. Het onderwijs hoeft niet op de schop, maar het enthousiasme ervoor moet eerder ontstaan.
Karin Het gaat dus vooral om de fase vóór de opleiding. Hoe maak je jongeren nieuwsgierig? Zeker nu er met AI en nieuwe technologie zoveel kansen liggen.
Wilfred En dat enthousiasme lijkt minder te worden. In de optiek nog meer dan bij contactlenzen.
Henri Ik zie grote verschillen bij studenten die voor het eerst een contactlens inzetten. De één vindt het fantastisch ‘fluobeeld! wat mooi!’ – de ander schrikt ervan en vindt het onprettig.
Olaf Binnen de contactlensopleiding kies je bewust voor het vak, dat maakt veel uit. Dan is die eerste ervaring juist iets waar ze naar uitkijken.
Moderator Dus als ik naar jullie luister hoor ik dat vooral het optiekonderwijs best wat aantrekkelijker en moderner mag worden, contactlensonderwijs speelt redelijk in op ontwikkelingen.
Henri Binnen de hogeschool maken we geen onderscheid tussen eerste en tweede lijn. Toch werken steeds meer optometristen in de tweede lijn. Kun je de optiek niet interessanter maken als je daar de link met klinisch sterker maakt?
Moderator Historisch komt optometrie uit de optiek. Veel instroom kwam toen vanuit het werkveld. Nu stromen vooral scholieren door, zonder initiële binding met de optiek. Ze kiezen voor het paramedische vak en worden als zodanig opgeleid. De deeltijdopleiding, mensen uit de optiek die zich willen verdiepen, is gelukkig weer beschikbaar. Worden voltijdstudenten voldoende voorbereid op een carrière in de optiekpraktijk?
Owi We leiden op tot optometrist, eindverantwoordelijk volgens het Dreyfus-profiel. De basis ligt in de eerste lijn: zelfstandig kunnen handelen. Klinische verdieping komt erbij, maar het fundament blijft. Wat kun je als optometrist zelf doen vóór je doorverwijst?
Karin En juist die rol in de eerste lijn wordt soms onderschat door studenten. Ze weten niet altijd hoe breed hun impact daar kan zijn.
Hendri Terwijl de eerste lijn vaak interessanter is. Je kunt veel meer doen.
Karin In de eerste lijn werk je veel zelfstandiger. Je helpt een klant van A tot Z. In de tweede lijn gaat de patiënt al veel sneller door naar de oogarts.
Owi Daar speelt ook iets met generaties: jongeren worden individualistischer, minder sociaal betrokken dan vroeger. In de eerste lijn draait het om relatie en binding met klanten. Sommigen wijken liever uit naar de tweede lijn, omdat dat veiliger en minder persoonlijk voelt.
Moderator Dus het wordt minder persoonlijk, en daardoor minder eng?
Owi Ja, en daarom is intrinsieke motivatie belangrijk. Als je jongeren kunt prikkelen, kiezen ze er wél bewust voor.
Moderator Moeten we dan niet meer aandacht geven aan toegepaste psychologie, sociale vaardigheden en empathie in de opleiding?
Karin Precies, wat kun je betekenen in iemands leven?
Owi Zorgverlening draait niet alleen om witte jassen of doorverwijzingen. Het begint op het moment dat iemand jouw winkel binnenloopt en jij diegene begroet.
Bianca Bij de contactlensopleiding zijn studenten al opticien. Communicatieve vaardigheden horen eigenlijk daarvoor ontwikkeld te zijn. Vaak plannen we voor studenten wel ergens een gastles ‘communicatie als contactlensspecialist’ en letten we hierop tijdens de praktijklessen. Ook is het een belangrijk onderdeel bij de examinering.
Henri Maar op de hogeschool komen ze als 17-jarige havisten binnen. Die kun je nog vormen.
Wilfred Ik merk dat jongeren tegenwoordig zelfs liever niet de telefoon opnemen. Ik geef ze soms telefoontraining.
Olaf En bij bol-studenten in de optiek geldt hetzelfde. Basale klantbenadering is niet vanzelfsprekend.
Moderator Dus technisch gezien is het onderwijs interessant genoeg, maar we missen een zachte landingsbaan richting de praktijk.
Hendri Precies. Als iemand na zijn opleiding zonder echte winkelervaring begint, haakt hij vaak snel af. Rollenspellen, praktijkproeven, inzicht in verschillende rollen; dat helpt. En soms past iemand beter in de meetruimte dan op de winkelfloor. Dat is óók oké.
In contactlensonderwijs is er een gezamenlijke basis
Stelling: De arbeidsvoorwaarden in de optiek zijn niet concurrerend genoeg om als jongere generatie in de retail te willen werken.
Bianca Tijdens een les liet een student als casus onderzoeken wat contactlensspecialisten (in opleiding) eigenlijk verdienen. Ze hield een anonieme enquête in de klas (20 studenten). De uitkomst was confronterend: de oudste student (40+) verdiende de helft minder dan één van de jongste studenten. Dat verschil maakte veel indruk en was erg confronterend voor de oudste student.
Olaf Ik zet anonieme enquêtes uit in de klassen en zie dat er een behoorlijke fluctuatie zit in de uurlonen. Van net het minimum tot zeer ruim erboven.
Wilfred De NUVO onderzoekt jaarlijks de salarissen. Het zou nog waardevoller zijn als meer bedrijven meedoen. Vanuit de ANVC krijgen we weinig terug over salarisonderhandelingen; wij zijn geen cao-partij, maar kunnen wel signalen doorgeven.
Hendri Het raakt aan waardering. Vandaag (tijdens het ANVC Congres) heb ik in de wandelgangen veel over ’een cao gesproken. Werkgevers en werknemers trekken beiden aan het koord. Feit is: jongeren kunnen bij Albert Heijn soms meer verdienen dan in de optiek. Tegelijkertijd investeren veel ondernemers in opleidingen, zoals de contactlensspecialist. Dat wordt niet altijd gezien. Het heeft twee kanten.
Moderator Maar is het salarisniveau niet een bedreiging voor ons vak? We investeren in mensen, leiden ze op, maar als ze daarna nergens gehoor vinden of onderbetaald worden, vertrekken ze weer. Daarmee vergroot je niet alleen uitstroom, maar zet je instroom ook onder druk.
Bianca Ik vind dat werkgevers én de branchevereniging transparant moeten zijn over salarissen.
Karin Eens. Leden zouden moeten weten wat normale salarissen zijn.
Owi In het ziekenhuis is een salarisschaal openbaar. Waarom zou je daar in de optiek niet op kunnen aansluiten? Als er duidelijkheid is, ontstaat er ook een realistische verwachting.
Wilfred En waar zit dan de extra waarde van werkgevers? Betaal je als ondernemer bijvoorbeeld 100% pensioenpremie of 50%? Voor de werknemer lijkt dat verschil klein, maar het hoort óók bij arbeidsvoorwaarden.
Karin Alleen kijken jongeren daar niet naar. Die willen vooral weten wat er netto op hun rekening komt.
Bianca En ze willen niet per se 40 uur per week werken. Ze zoeken flexibiliteit, goed verdienen én vrije tijd.
Owi Werk-privébalans is voor deze generatie belangrijker dan ooit.
Hendri Er zijn veel ondernemers die het uitstekend geregeld hebben. Maar er zijn er ook die op de kleintjes letten. Er is geen eenduidigheid binnen de beroepsgroep. Roepen om een cao is makkelijk, maar dat brengt ook verplichtingen met zich mee.
Bianca Een advies of richtlijn over gemiddelde salarissen zou al helpen.
Hendri NUVO doet naast brancheonderzoek ook jaarlijks salarisonderzoek: van minimum tot maximum.
Wilfred En salarissen verschillen per regio. Dat maakt het extra ingewikkeld.
Bianca Maar als jongeren een beroep kiezen, kan salaris gewoon een belangrijke drijfveer zijn. En als de optiek daar geen duidelijkheid over biedt, haken ze misschien af.
Olaf Ik zie veel oud-studenten na een paar jaar optiek overstappen naar IT, de industrie of andere takken binnen de detailhandel, simpelweg omdat daar beter betaald wordt.
Moderator In een droomwereld zou intrinsieke motivatie genoeg zijn. Maar die is er niet, dus als we instroom en behoud willen, hoort daar gewoon een eerlijke beloning bij.
Stelling: in 2035 zullen de meer complexe, technische aanpassingen gedaan worden door een selecte groep oogzorgprofessionals die op basis van kennis en kunde hun vak (het oude ambacht) uitoefenen. Het gros van de laag-complexe aanpassingen (disposable lenzen, standaard-contactlenzen) zullen worden uitgevoerd door minder diep opgeleide aanpassers die met digitale tools eenvoudige en kortdurende aanpassingen kunnen uitvoeren.
Olaf Oftewel, je bent dan gewoon lenzen aan het ‘plakken’.
Karin Heel Holland plakt, dat gebeurt nu al. Zelfs binnen de groep die het vakinhoudelijk enorm interessant vindt, zijn mensen die vooral lenzen verkopen. Die tweedeling is er al en die wordt alleen groter. En dat hoeft niet verkeerd te zijn, zolang iedereen doet waar hij gelukkig van wordt.
Wilfred Het geeft ook niet als je je specialiseert.
Bianca Misschien moeten we de vraag omdraaien: als dit de toekomst is, hoe borgen we dan dat de kans op complicaties niet toeneemt?
Moderator Daar zit precies de kern. Als minder diep opgeleide aanpassers standaardlenzen gaan plaatsen, moeten ze wél het verschil kunnen zien tussen gezond en ongezond. De eerste passing en controles horen bij het proces.
Olaf En dan krijg je dus die splitsing tussen routinematig werk en de specialistische kant.
Moderator Tenzij AI dat gat deels kan opvangen?
Karin Of digitale hulplijnen. Denk aan een rood-oog-module of ZEISS-tooling op een tablet: alle vragen staan erin. Iemand die pas een week in de optiek werkt, kan daar al goed mee uit de voeten. Maar dan moeten we er wel voor zorgen dat we de kwaliteit kunnen blijven waarborgen door bijvoorbeeld goede supervisie binnen de winkel.
Owi Er zullen altijd mensen zijn die de verdieping zoeken, en anderen die vooral routinewerk doen. Daarom is die basisopleiding zo essentieel. Iedereen moet kunnen beoordelen wat pluis en niet-pluis is, én begrijpen wat de software wel en niet voor je doet.
Henri En dat je dan ook vooral weet wat níet-pluis inhoudt. Als de software een verkeerde lens adviseert, moet je dat kunnen zien voordat je de klant ermee naar huis stuurt.
Owi Zelfs als je vooral in het standaardwerk zit, moet je basiskennis bijhouden. Niveau A of B maakt niet uit. Je blijft professional en dus verantwoordelijk. Je mag nooit op de automatische piloot werken.
Wilfred En de consument accepteert gemak soms te snel. Laat je expertise zien: controleer écht, neem de tijd, klap een ooglid om. Daar onderscheid je je mee.
Owi Maar dan moet die basisroutine goed zijn. Als die staat, stimuleert dat juist om verder te leren. In het tweede jaar geven we daar al les in.
Henri Ik vroeg studenten tijdens een les over infectierisico’s hoeveel van hen bij een contactlenscontrole ook daadwerkelijk de lens van het oog halen. Niemand deed dat. Terwijl: je waarborgt gezondheid én straalt professionaliteit uit als je het wel doet. Het gaat ook over trots op je vak.
Karin Kortom, we moeten het vak aantrekkelijk maken en houden. En inderdaad meer samenwerken.
Hendri Maar hoe geven we dat vorm? In Nederland mag iedereen lenzen aanmeten, brillen verkopen of een OCT neerzetten, opleiding of niet. De consument ziet door de bomen het bos niet meer. Jongeren snappen het al helemaal niet. We hebben een gezamenlijke visie nodig: wat is de standaard waar elke contactlensspecialist minimaal aan moet voldoen?
Olaf Contactlensonderwijs valt wel onder de SOESV-paraplu. Optiekopleidingen niet, behalve voor examinering. Daar begint het al. De kwaliteitsstandaard voor contactlensspecialisten, is voorlopig op pauze gezet.
Bianca Tijdens het ANVC Congres hoorde ik vaak: ‘wat hebben we toch een mooi vak’. Het zou goed zijn als dat gevoel ook buiten onze eigen kring zichtbaar wordt. Dat helpt misschien zelfs om het instroomprobleem te verkleinen.
Owi Blijf de passie delen. Bouw samen aan een solide basis en motivatie. Secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen jongeren net over de streep trekken. Dat hoeft geen auto van de zaak te zijn. Een fijne sfeer, goede koffie of korting op contactlenzen en een zonnebril kan precies de reden zijn waarom een student kiest voor jou als optiekondernemer.
Blijf de passie delen
Tags: Rondetafelgesprek