Het was deze maand weer uitgebreid in het nieuws. Duizenden kinderen in Nederland hebben geen bril, terwijl die medisch gezien wel nodig is.
Daarnaast dragen tienduizenden kinderen een bril die niet (meer) geschikt is. Dat blijkt uit onderzoek van wetenschappers van Amsterdam UMC, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De bevindingen werpen een scherp licht op de toegankelijkheid van brillen voor kinderen.
Het ontbreken van een (geschikte) bril heeft verstrekkende gevolgen. Kinderen kunnen minder goed lezen en leren en worden belemmerd in hun ontwikkeling en sociale contacten. Ook het risico op verdere achteruitgang van het zicht of het ontstaan van een lui oog neemt toe. Volgens hoofdonderzoeker Ruth van Nispen van Amsterdam UMC zien oogzorgverleners al langer kinderen terug zonder de bril die eerder was voorgeschreven. Tegelijkertijd nam het aantal aanvragen voor brillen bij fondsen als het Jeugdeducatiefonds en Nationaal Fonds Kinderhulp toe, wat wees op een mogelijk structureel probleem.
Op basis van bestaande studies schatten de onderzoekers dat in Nederland ongeveer 634.000 kinderen een bril nodig hebben vanwege bijziendheid of verziendheid. Dat aantal stijgt naar verwachting verder, onder meer door toegenomen beeldschermgebruik. Uit een enquête van Ipsos I&O blijkt dat 16 procent van de ouders financiële drempels ervaart bij de aanschaf van een kinderbril. In de praktijk leidt dat ertoe dat brillen niet worden aangeschaft, te laat worden vervangen of dat wordt gekozen voor een goedkope oplossing die niet altijd voldoet.
Kinderen in de groei hebben gemiddeld jaarlijks een nieuwe bril nodig. De kosten daarvan bedragen volgens Van Nispen gemiddeld 274 euro per jaar. Hierdoor lopen vermoedelijk tienduizenden kinderen rond met een bril die niet meer passend of correct is.
Specifiek is gekeken naar gezinnen onder of net boven de armoedegrens. In pilots waarin kinderen op scholen zijn gescreend en direct zijn geholpen met een bril, bleek dat ongeveer 30 procent van de kinderen die een bril nodig heeft, er geen had. De onderzoekers schatten dat 64.000 kinderen in deze groep een bril nodig hebben, waarvan duizenden er helemaal geen dragen.
Om de toegankelijkheid van kinderbrillen te verbeteren, adviseren de onderzoekers om brillen voor kinderen te vergoeden vanuit de basisverzekering. Ook pleiten zij voor vaker screenen van kinderogen. Op dit moment krijgen kinderen standaard een oogtest rond de leeftijd van vier à vijf jaar, maar daarna volgt niet altijd structurele controle.
Daarnaast wijzen de onderzoekers op leefstijlfactoren. Zij adviseren gezonder schermgebruik, zoals iedere twintig minuten twintig seconden in de verte kijken, en dagelijks minimaal twee uur buitenspelen.
Demissionair minister Bruijn van VWS noemt het ‘onwenselijk”’dat kinderen in Nederland afhankelijk zijn van liefdadigheid om goed te kunnen zien. Volgens hem mag het inkomen van ouders niet bepalend zijn voor de visuele ontwikkeling van een kind. De minister heeft het Zorginstituut Nederland gevraagd te onderzoeken of en onder welke voorwaarden brillen en contactlenzen voor kinderen in het basispakket kunnen worden opgenomen. Dat advies wordt later dit jaar verwacht.
In afwachting daarvan is 750.000 euro aan tijdelijke subsidies beschikbaar gesteld voor fondsen die ouders en verzorgers ondersteunen bij de aanschaf van een kinderbril.
