De afbeelding toont een persoon die is gekleed en geschminkt in de stijl van een 18e-eeuwse markiezin, met een opvallende witte poederpruik en een lorgnet in de hand

Franse monturen van de Jura tot Parijs

‘Dat is een Franse!’ Menig opticien heeft die gedachte weleens gehad, nog voordat het logo of de merknaam zichtbaar was. Gewoon omdat het ontwerp iets uitstraalt wat moeilijk te verwoorden is. Een zekere lichtheid of onverwachte kleurcombinatie, een constructie die technisch slim is zonder nadrukkelijk aanwezig te zijn, of simpelweg karakter.

Vraag een Franse ontwerper naar een nieuwe collectie en de kans is groot dat het gesprek al snel draait om verhoudingen, licht, architectuur of zelfs muziek. Een montuur moet een gezicht versterken, niet overheersen. Opvallen mag, maar altijd met een idee erachter. Dat verklaart waarom Franse collecties zo uiteenlopend kunnen zijn. De ene ontwerper kiest voor uitgesproken kleurcontrasten, de ander voor minimale lijnen of onverwachte materiaalcombinaties. Hoe dan ook voelen ze verwant, omdat ze vertrekken vanuit dezelfde overtuiging: een montuur is onderdeel van iemands identiteit.

Opvallend is de aandacht voor constructie. Franse ontwerpers beginnen niet bij kleur of decoratie, maar bij de manier waarop een montuur is opgebouwd. Verhoudingen, volumes, materiaal en techniek vormen één geheel. Scharnieren worden geen sluitpost van het ontwerp, maar zijn er integraal onderdeel van. Kleur versterkt de vorm en slimme technische oplossingen verhogen het draagcomfort, zonder de esthetiek te verstoren. Die manier van ontwerpen maakt Franse eyewear tijdloos. Natuurlijk volgen ontwerpers de ontwikkelingen in mode en design, maar laten ze zich zelden volledig leiden door de trend van het moment. Ze zoeken eerder naar een montuur dat over tien jaar nog steeds overtuigt.

Dat ontwerpdenken lijkt vanzelfsprekend, maar is dat niet. Het is het resultaat van ruim twee eeuwen vakmanschap. Dat verhaal begint niet in Parijs. De bakermat ligt in de Jura, het bergachtige gebied aan de grens met Zwitserland. Al aan het einde van de achttiende eeuw ontstonden hier de eerste werkplaatsen waar metalen monturen werden gemaakt.

Vensters op de Franse montuurcultuur

imageDe Franse ontwerpcultuur laat zich onmogelijk samenvatten in een handvol merken. Toch vertellen deze vijf namen ieder een eigen verhaal over de veelzijdigheid van Franse eyewear.

Morel
Al vier generaties lang bewijst MOREL dat een familiebedrijf zich steeds opnieuw kan uitvinden zonder zijn oorsprong te verloochenen. Vanuit de Jura groeide het uit tot een internationale speler, terwijl innovatie hand in hand bleef gaan met kennis van materialen en productie. Nieuwe collecties zoeken voortdurend de balans tussen techniek, draagcomfort en een eigentijdse uitstraling. Daarmee staat MOREL symbool voor de continuïteit die de Franse optiek kenmerkt.

montuur model Spectral van Morel

Henry Jullien
Henry Jullien bouwde zijn reputatie op rond precisie. Al sinds de jaren ’20 produceert het huis metalen monturen waarin traditioneel vakmanschap centraal staat. De verfijnde afwerking en het gebruik van de karakteristieke Doublé Or-techniek sluiten naadloos aan bij de precisiecultuur die de Jura al generaties lang kenmerkt. Het resultaat is ingetogen luxe, zonder overdaad.

campagne beeld van Henry Jullien

 

Caroline Abram
Caroline Abram ontwerpt brillen die het gezicht laten spreken. Haar collecties combineren vrouwelijke elegantie met speelse vormen, verfijnde kleuraccenten en een opvallend gevoel voor lichtheid. Achter die ogenschijnlijk moeiteloze stijl schuilt een scherp oog voor verhoudingen en draagcomfort. Persoonlijkheid en karakter vormen de rode draad in haar ontwerpen en sluiten naadloos aan bij de Franse ontwerpfilosofie.

campagne beeld van Caroline Abram

 

Face à Face
Face à Face benadert een montuur bijna zoals een architect een gebouw benadert. Lijnen, volumes en kleurvlakken vormen samen een compositie waarin elk detail een functie heeft. Dat levert ontwerpen op die herkenbaar zijn zonder voorspelbaar te worden. Ze laten zien hoe sterk architectuur, design en toegepaste kunst verweven zijn met de Franse ontwerpmentaliteit.

een montuur in primaire kleuren van Face a Face

 

Anne et Valentin
In Toulouse ontstond een heel andere benadering. Anne et Valentin begon vanuit een overtuiging: voor veel gezichten bestond simpelweg geen passende bril. De ontwerpers willen mensen niet vermommen, maar zichtbaar maken. Dat uitgangspunt vormt al decennialang de rode draad in de collecties.

campagne beeld van Anne et Valentin

 

Deze vijf merken vormen slechts een kleine greep uit een veel bredere ontwerpwereld. Ook namen als Lafont, Francis Klein, J.F. Rey, Nathalie Blanc Paris, Minima, Parasite, Peter and May, Tarian, Emmanuelle Khanh en Plein Les Mirettes geven een eigen invulling aan de Franse ontwerpfilosofie. Van technisch minimalisme tot uitgesproken mode en van kleurrijke expressie tot ingetogen elegantie. Het is deze veelzijdigheid die Frankrijk zo interessant maakt.

Volgens de overlevering was het meester-spijkermaker Pierre-Hyacinthe Caseaux die rond 1796 ijzerdraad gebruikte om brillen te vervaardigen. Of hij werkelijk de eerste was, is minder belangrijk dan de beweging die hij in gang zette. In de Jura ontstond een netwerk van gespecialiseerde werkplaatsen dat de basis legde voor een complete industrie. De omstandigheden werkten mee. In de winter lag het werk op het land grotendeels stil, waardoor veel inwoners extra inkomsten zochten. Ook beschikte de regio al over een lange traditie in metaalbewerking en precisiewerk. Toen later ook kennis uit de horloge-industrie beschikbaar kwam, kreeg de brillenproductie een enorme impuls.

De ontwikkeling van de Franse montuurindustrie

Het stadje Morez werd het centrum van metalen monturen en ontwikkelde zich daarnaast tot opleidingsstad voor de Franse optiek. Even verderop bouwde Oyonnax een heel andere reputatie op. De stad was gespecialiseerd in de verwerking van hout en later kunststoffen, waardoor zij een voortrekkersrol speelde bij de ontwikkeling van celluloid en uiteindelijk acetaat. Samen vormden deze plaatsen de technische ruggengraat van de Franse montuurindustrie. Die combinatie van verschillende specialismen verklaart waarom materiaal nog altijd zo’n belangrijke rol speelt binnen Franse merken. Voor veel producenten begint een ontwerp met de vraag welk materiaal het verhaal het beste kan vertellen.

In de 19e en 20e eeuw groeiden de vele ateliers uit tot professionele bedrijven. Familiebedrijven professionaliseerden, de export nam toe en producenten vonden hun weg naar internationale markten. L’Amy is daarvan een mooi voorbeeld. Het bedrijf bouwde voort op de kennis uit de Jura, maar liet tegelijkertijd zien hoe ambacht en industriële productie elkaar konden versterken. Daarmee werd de stap gezet van regionale nijverheid naar een industrie met internationale uitstraling. De band met de streek bleef zichtbaar. Veel Franse producenten zijn trots op hun oorsprong in de Jura, omdat de regio symbool staat voor iets wat moeilijk te kopiëren is: een concentratie van kennis, ervaring en vakmanschap die zich over generaties heeft ontwikkeld.

Musée de la Lunette in Morez

Van werkplaats naar tekentafel

Toen de Jura eenmaal wist hóe een bril gemaakt moest worden, begon elders in Frankrijk de zoektocht naar de vraag hoe een bril iets kon vertellen. Parijs groeide uit tot een internationaal centrum voor mode en luxe, terwijl steden als Toulouse ruimte boden aan een nieuwe generatie onafhankelijke ontwerpers. De bril ontwikkelde zich van gebruiksvoorwerp tot ontwerpobject. Dat betekende niet dat de Jura zijn betekenis verloor. Integendeel. Juist de combinatie van hoogwaardige productie en creatieve vrijheid bleek een vruchtbare voedingsbodem.

Veel ontwerpers bedenken hun collecties in Parijs of Toulouse, terwijl de technische ontwikkeling en productie nauw verbonden zijn met de kennis die in de Jura werd opgebouwd. Die verwevenheid kenmerkt de Franse brillenwereld. Ontwerp en vakmanschap worden er niet als afzonderlijke disciplines gezien, maar als twee kanten van dezelfde medaille.

‘Made in France’ is in de optiek veel meer dan een herkomstvermelding. Het verwijst naar een traditie waarin materiaalkennis, precisie en ontwerp elkaar al generaties lang versterken. Dat betekent niet dat alle Franse monturen in de Jura worden geproduceerd of dat iedere ontwerper dezelfde esthetiek nastreeft. De veelzijdigheid van de Franse brillenwereld is juist een van haar grootste kwaliteiten. Een Frans montuur herken je zelden aan één vaste stijl. Wat de ontwerpen verbindt, is een ontwerptraditie waarin karakter, vakmanschap en persoonlijkheid al generaties lang samenkomen.

Als u straks over SILMO loopt, ziet u hoe internationaal de brillenwereld is. Toch nemen Franse merken er al generaties lang een bijzondere plaats in. Achter die collecties schuilt een manier van ontwerpen die haar wortels heeft in de Jura en zich uitstrekt tot de creatieve studio’s van Parijs en ver daarbuiten. Dat maakt een Frans montuur tot de uitdrukking van ruim twee eeuwen vakmanschap en creativiteit.