Samen vertegenwoordigen Jan en Jeroen Labree bijna 75 jaar ervaring in de optiek. Vader Jan, inmiddels 86 jaar, begon zijn loopbaan in een tijd van witte jassen, handgeschreven bestellingen en winkels met een duidelijke regiofunctie. Zoon Jeroen koos later bewust voor hetzelfde vak, maar bewandelde een heel eigen route als mobiele opticien met de Brilbus. Twee generaties, één gedeelde liefde: brillen, mensen en het persoonlijke contact dat volgens hen nooit uit de optiek mag verdwijnen.
Wat vader en zoon verbindt, is de passie voor brillen in het algemeen. “En humor”, opent Jeroen. “Wij kunnen serieuze zaken vaak op een luchtige manier benaderen”. Jan knikt. Voor hem is de optiek altijd een prachtige mix geweest van commercie, mode, techniek en oprechte belangstelling voor de klant. “Ik voelde mij nooit zozeer opticien, maar vooral brillenman”, vertelt hij. “Alles wat met brillen te maken had, was mijn sterke punt”.
Die liefde ontstond al vroeg. Jan werd geboren in Den Haag, groeide op in Rotterdam en kwam via zijn vader, die bij foto-zaak Rinck werkte, voor het eerst in aanraking met de optiek. Begin jaren 60 verhuisde hij voor de liefde naar het noorden. Via een advertentie kwam hij terecht bij Becker Optiek aan de Herestraat in Groningen.
Jan: “Daar is mijn carrière begonnen. We stonden met 12 mensen in witte jassen in de winkel. De ene kant was optiek, de andere kant medisch materiaal. Er werden soms wel 50 tot 75 brillen per dag verkocht”. Toch zag Jan al snel dat de bril meer kon zijn dan een medisch hulpmiddel. Hij keek naar kleding, presentatie, uitstraling en beleving. “Ik heb het altijd fashion genoemd”, zegt hij.
“Met een mooie bril moet je er zelf ook goed uitzien als voorbeeld”. Hij droeg bewust mooie pakken, pochettes, kleur en later ook sjaaltjes. Die flair hoort bij hem en heeft hij nog steeds. Jeroen lacht: “Mijn vader is flamboyanter dan ik. Ik ben iets ingetogener, maar verzorgd voor de dag komen vinden we allebei belangrijk”.
Jeroen groeide op met die bevlogenheid, maar zonder druk. “Mijn vader deelde thuis zijn enthousiasme over optiek, mode en alles wat daarbij hoorde. Dat werkte aanstekelijk. Ik wist al op jonge leeftijd dat ik de optiek in wilde.
Ik was 14 of 15 jaar toen ik dacht: dit ga ik doen”. Jan stimuleerde hem, maar liet hem vrij. “Ik heb altijd gezegd: als jij het wilt, moet je het doen. Maar je moet het wel zelf leuk vinden. Maar als je het leuk vindt, dan ga je wel naar de Christiaan Huygens-school in Rotterdam. Jeroen: “Daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik heb er een mooie tijd gehad en daar veel optiekvrienden aan overgehouden”.
Waar Jan opgroeide in een wereld waarin klanten uit de hele provincie naar één winkel kwamen, werkt Jeroen in een totaal andere markt. Na jaren als bedrijfsleider bij EyeWish, besloot hij tien jaar geleden voor zichzelf te beginnen met De Brilbus. “Ik merkte in de winkel dat er veel vraag was naar optiek aan huis. Klanten vroegen: kun je ook bij mijn moeder langskomen? Of bij iemand die minder mobiel is? In een drukke winkel lukte dat vaak niet. Toen dacht ik: misschien moet ik het omdraaien en naar de klant toe gaan”.
Jan is zichtbaar trots op die stap. “Ik vond en vind het geweldig. Ik wist alleen niet dat het gat zo groot was. Nu ik zelf ouder ben, zie ik hoe belangrijk het is dat goede zorg aan huis komt”. Jeroen ziet die behoefte dagelijks. Met mobiele oogmeetapparatuur, koffers vol monturen en veel tijd per klant biedt hij oogzorg op locatie. Ik heb bijna geen dag thuisgezeten in die tien jaar. Er is zoveel vraag naar”.
Jan en Jeroen herkennen de gedrevenheid, humor, eerlijkheid, willen winnen en kansen zien in elkaar. Jeroen: “En we zijn allebei mensenmensen. Oprecht geïnteresseerd in de ander”. Jan gelooft dat juist dat de basis van het vak blijft. “Je moet met mensen kunnen praten. Even contact maken. De klant moet voelen dat hij welkom is”. En natuurlijk verschillen ze ook.
Jan vertelt graag, breed en beeldend, vanuit een enorm archief aan herinneringen. Jeroen bakent meer af. “Ik moet mijn vader soms een beetje afremmen”, zegt hij met een glimlach. “Maar dat tekent ook zijn passie en ervaring”.
Het generatieverschil zit volgens Jeroen vooral in de tijdgeest. “Mijn vader heeft dingen meegemaakt die je je nu bijna niet meer kunt voorstellen. De markt, de klant en de concurrentie zijn anders maar de kern is hetzelfde gebleven”. Die draait volgens de heren om onderscheid. Jan leerde Jeroen al vroeg: doe iets wat de buurman niet doet.
Dat heeft Jeroen ter harte genomen: “Met De Brilbus bied ik iets waar duidelijk behoefte aan is”. Tegelijkertijd benadrukt hij dat zelfstandige opticiens scherp moeten blijven. “Ketens zijn heel goed in staat klanten te bereiken.
Onderschat hun kracht niet. Als zelfstandig ondernemer moet je dus echt iets toevoegen als het gaat om bijzondere merken, beleving en persoonlijke aandacht”. Jan herkent dat en pleit voor meer verhaal in de winkel. Niet alleen een montuur verkopen, maar vertellen waar een merk vandaan komt, hoe het gemaakt wordt en waarom het bijzonder is.
“Als je een glas wijn krijgt aangereikt, smaakt dat ook anders wanneer iemand er iets over vertelt. Zo is het met brillen ook”. Jeroen noemt dat precies de beleving die een zelfstandige opticien kan onderscheiden. “Geef een merk het podium dat het verdient”.
Als ze vooruitkijken, hopen vader en zoon vooral dat de zelfstandige optiekzaak blijft bestaan. Jeroen: “Gelukkig treden er momenteel veel jonge optiekondernemers toe tot de markt. Blijf bewegen, want de markt beweegt ook. Stilstaan is achteruitgaan. Luister naar de klant en benut kansen”.
Jan leest nog altijd de vakbladen, volgt trends en kijkt met dezelfde nieuwsgierigheid naar nieuwe monturen als vroeger. Jeroen vat het misschien wel het mooist samen: “Ik ben vooral trots op wat mijn vader heeft bereikt. Hij ademt en leeft brillen”.
En Jan? Die glimlacht, want dat klopt. Ook na zijn pensioen is de liefde voor het vak nooit verdwenen. “Ik mag nog steeds graag kijken wat er qua trends verandert. Er komen zulke mooie modellen voorbij. De optiek blijft prachtig”.
Tags: Brilbus, Liefde voor brillen, Optiek