Wat vandaag in Azië gebeurt, is geen uitzondering, maar een voorbode. In delen van Azië is bijziendheid uitgegroeid tot een structurele uitdaging voor de oogzorg. Wat daar gebeurt, laat zien wat ook in Europa steeds zichtbaarder wordt. In Oost- en Zuidoost-Azië liggen de cijfers onder jongeren uitzonderlijk hoog. In sommige stedelijke gebieden is inmiddels ruim 80% van de 17- en 18-jarigen myoop.
Die ontwikkeling is geen momentopname, maar het resultaat van een langdurige stijging. Recente studies laten zien dat in grote stedelijke delen van China de prevalentie onder oudere scholieren rond de 80% of hoger ligt, terwijl de cijfers in jongere leeftijdsgroepen verder oplopen. Ook wereldwijd blijft de trend duidelijk: ongeveer 36% van de kinderen en jongeren is inmiddels myoop, en dat aandeel stijgt verder.
Die ontwikkeling blijft niet zonder gevolgen. We weten dat hoge myopie het risico op ernstige oogaandoeningen aanzienlijk vergroot en dat betekent netvliesproblemen, glaucoom en myope maculadegeneratie. Daarmee verschuift myopie van een correctievraagstuk naar een medisch relevant risico op latere leeftijd.
Recente studies uit onder andere China laten zien dat de stijging zich voortzet, met name in stedelijke gebieden. Tijdens en na de COVID-periode werd bovendien een extra versnelling gezien bij jonge kinderen, waarschijnlijk door meer schermtijd en minder buitenspeeltijd. In sommige leeftijdsgroepen werd een duidelijke verschuiving gezien naar een jongere startleeftijd van myopie.
In Zuid-Korea is de situatie vergelijkbaar. Daar behoort myopie tot de hoogste ter wereld, met zeer hoge percentages onder schoolgaande kinderen. Opvallend is dat ook het aandeel hoge myopie blijft toenemen, wat de druk op de oogzorg verder zal vergroten.
De oorzaken liggen niet uitsluitend in genetica. De verschillen tussen Aziatische kinderen in Azië en dezelfde etnische groepen in andere delen van de wereld laten zien hoe groot de invloed van leefstijl is. Intensief onderwijs, veel nabijwerk en beperkte buitentijd worden consequent genoemd als belangrijkste aanjagers.
Het gebrek aan tijd buiten blijft eruit springen en zoals bekend heeft daglicht een beschermend effect op de ontwikkeling van myopie bij kinderen. Tegelijkertijd daalt de leeftijd waarop bijziendheid ontstaat steeds verder. Genetica speelt wel een rol, maar vooral als versterkende factor.
In Azië is het aandeel ouders met myopie relatief hoog, wat de kans vergroot dat kinderen ook myoop worden. In combinatie met een intensieve leefstijl ontstaat zo een ‘perfect storm’ waarin aanleg en omgeving elkaar versterken.
Voor de optiekpraktijk in Europa biedt deze ontwikkeling waardevolle inzichten. De cijfers uit Azië maken wederom duidelijk dat afwachten geen optie is. De stijgende trend die daar al decennia zichtbaar is, tekent zich ook hier af, zij het op een lager niveau. Dat beeld wordt bevestigd door recente Europese analyses.
Een systematische review en meta-analyse komt uit op een myopieprevalentie van ruim 7% bij kinderen in Europa, met duidelijke verschillen per leeftijd en regio. Hoewel dat nog ver verwijderd is van de pieken in Azië, laat het zien dat ook Europa de stijgende lijn niet kan negeren. De groei van myopie onder kinderen vraagt om een actievere benadering, waarin preventie, monitoring en myopiecontrole een structurele plek krijgen.
Wat vandaag in Azië gebeurt, is een voorbode. De verwachting dat tegen 2050 ongeveer de helft van de wereldbevolking myoop is, onderstreept die urgentie. De vraag is niet of Europa volgt, maar hoe snel, en in hoeverre de sector daarop voorbereid is.
Tags: Kinderbrillen, myopie