René Descartes en de oorsprong van de moderne optica

Namen als Snellen, Donders en Huygens zijn in de optiekwereld bekend. Maar een van de belangrijkste grondleggers van de moderne optica is een Franse filosoof die bijna twintig jaar in Nederland woonde: René Descartes.

In de zeventiende eeuw werkte Descartes in Nederlandse steden als Amsterdam, Deventer en Leiden aan een revolutionair idee: licht en zien konden wiskundig worden verklaard. In zijn beroemde werk La Dioptrique beschreef hij niet alleen hoe licht breekt in lenzen, maar ook hoe het menselijk oog werkt. Hij analyseerde ogen van kadavers, werkte samen met artsen en lenzenslijpers en ontwikkelde ideeën die verrassend dicht bij de moderne optiek liggen.

Zelfs het principe achter de contactlens duikt al op in zijn werk. Ook de brekingswet van licht, tegenwoordig bekend als de Snellius Descartes wet, speelt een belangrijke rol in zijn theorieën.

Hoe kwam een Franse filosoof uit bij de basisprincipes van de optica? En waarom wordt hij door sommigen zelfs de ‘vaandeldrager van de opticiens’ genoemd?

Lees het volledige verhaal in Eyeline Magazine

In het uitgebreide artikel beschrijft Eef van der Worp hoe René Descartes in Nederland werkte aan ideeën over licht, lenzen en het menselijk oog. Het volledige verhaal over zijn werk La Dioptrique en zijn invloed op de optiek.

jan Lievens’ portret (van ca. 1647, Groninger Museum) lijkt meer een zorgvuldig, ingetogen en waarschijnlijk naar het leven gemaakt portret van Descartes, waarbij het lijkt of Descartes hier een contactlens op zijn vinger heeft.

Jan Lievens’ portret (van ca. 1647, Groninger Museum) lijkt meer een zorgvuldig, ingetogen en waarschijnlijk naar het leven gemaakt portret van Descartes, waarbij het lijkt of Descartes hier een contactlens op zijn vinger heeft.