Een studiemaatje van de optiekopleiding, Gerrit Atres uit Tholen, haalde onlangs een term aan die ik al een hele tijd niet gehoord had: brokkelen. Hij had het fenomeen aan een jonge medewerker proberen uit te leggen, maar die was nog niet eens geboren toen wij rond 1985/1986 ‘aan het brokkelen’ waren op de optiekopleiding.
Voor de jongere lezers: het is het handmatig ‘afbrokkelen’ van glas met een brokkeltang uit een plaatje, tot de gewenste vorm (voor een brilmontuur) is bereikt. Het geeft maar weer eens aan wat een ongelooflijke ontwikkeling ons vak heeft doorgemaakt in pakweg 40 jaar.
Ik moest daaraan denken toen ik in Voorburg voor het huis van Spinoza stond. Er zullen weinig mensen zijn die Spinoza (1632–1677) niet kennen. Hij was een van de belangrijkste Nederlandse denkers en grondlegger van de filosofie en van de verlichting. Zijn radicale ideeën over vrijheid van denken, democratie en scheiding van kerk en staat waren hun tijd ver vooruit. Gezien de hoge bedragen in de optiek, kennen een aantal opticiens hem ongetwijfeld nog van het 1000 guldenbiljet. Wat niet veel mensen weten, is dat Spinoza van beroep eigenlijk lenzenslijper was. Hij verdiende zijn brood met het slijpen en polijsten van lenzen voor microscopen en telescopen. Dit werk deed hij niet alleen om in zijn onderhoud te voorzien, maar het sloot ook goed aan bij zijn interesse in natuurwetenschappen en optica. Zijn werk als lenzenslijper had wel een keerzijde: het fijne glasstof dat vrijkwam bij het slijpen beschadigde waarschijnlijk zijn longen, wat eraan heeft bijgedragen dat hij al op 44-jarige leeftijd overleed.
Het voert te ver om de hele levenswandel van Spinoza erbij te halen, maar nadat hij in Amsterdam geëxcommuniceerd werd uit de Portugees-Joodse gemeenschap toen hij 23 jaar oud was, vertrok hij richting Den Haag. De banvloek die was uitgesproken, was uitzonderlijk streng geformuleerd: niemand mocht hem spreken, in zijn nabijheid zijn, zijn teksten lezen en zelfs onder één dak met hem verkeren. Zijn kritische opvattingen over de bijbel en religieuze dogma’s lagen hieraan ten grondslag. Hij heeft ruimschoots de kans gehad zich daarvan te distantiëren, maar dat weigerde hij. Straatarm kwam hij via Rijnsburg in Voorburg terecht. Later verhuisde hij nog naar de Paviljoensgracht 72–74 in Den Haag, waar hij een zolderkamertje huurde en waar hij overleed aan longtuberculose of aan een andere chronische longaandoening. Er staat nu een standbeeld van hem voor het huis op de Paviljoensgracht. Spinoza’s ziekte heeft ook invloed gehad op zijn werk. Het heeft hem – naast angst om te worden veroordeeld – hoogstwaarschijnlijk weggehouden van macht en prestige, maar het gaf hem ook de gelegenheid én noodzaak om een leven van bezonnenheid en filosofische concentratie te leiden. Pas na zijn dood is zijn Ética gepubliceerd en werd hij wereldberoemd. Spinoza heeft een enorme invloed gehad op Verlichtingsdenkers, wat een radicale verandering in de maatschappij veroorzaakte. Maar ook latere denkers noemden en roemden hem, zoals Schopenhauer en Goethe (de laatste was diep onder de indruk van Spinoza en noemde hem een van zijn grootste inspiratiebronnen). Albert Einstein zei dat hij geloofde in Spinoza’s God, die zich openbaart in de orde en harmonie van het bestaande, niet in een God die zich met het lot en de daden van mensen bemoeit. Terug naar Voorburg nog even, waar hij van 1663–1670 aan de Kerkstraat 39 een minikamertje huurde van schilder Daniel Harmensz Tydeman. Hij was straatarm eigenlijk (des te ironischer dat hij op het 1000 guldenbiljet staat afgebeeld). Tijdens zijn Voorburgse periode werkte hij aan zijn hoofdwerk Ética. Een aardige mevrouw, de bewoonster, leidde me rond en liet me het kamertje zien waar Spinoza in alle eenvoud woonde en werkte. Je komt dan heel dicht bij de grote denker, 350 jaar later.
Wat het saillant – en voor ons extra interessant – maakt, is dat Nederlands grootste denker regelmatig contact had met een goede bekende van ons: Christiaan Huygens. Vanaf zijn kamertje aan de Kerkstraat in Voorburg is het namelijk precies 6 minuten lopen naar Huygens’ landgoed Hofwijck. Christiaan Huygens kocht zelfs lenzen van Spinoza omdat hij diens vakmanschap zeer waardeerde; hij en zijn broer maakten zelf ook lenzen, maar beschreven Spinoza’s lenzen als ‘admirably polished’. Het slijpen van lenzen is een langdurig proces waar veel geduld en precisie voor nodig is. Huygens en Spinoza wisselden techniek, inzichten en soms boeken uit en bespraken onderwerpen als microscoop- en telescoopontwerpen. In de lente van 1665 toonde Huygens aan Spinoza met zijn telescoop hoe de schaduw van Saturnus’ ring op die planeet viel; Spinoza was dus betrokken bij astronomische waarnemingen met Huygens’ instrumentarium. Daarover later meer, in een andere uitgave van Eyeline. Er ontstond tussen die twee een professionele en intellectuele sympathie rond optica, natuurwetenschap en filosofie; én rond de kunst van het lenzenslijpen dus. Het onderwerp van deze ‘door de lens van’-editie in Eyeline kan niet symbolischer, en tegelijkertijd letterlijker relevant zijn. De cirkel is in ieder geval weer rond richting mijn studiemaatje van weleer, Gerrit Atres, want dat was op de Christiaan Huygensschool.
Met betrekking tot het gedachtegoed van Spinoza: hij leerde ons zelfstandig denken, en kritisch te kijken naar ‘instituten’. Destijds vooral de kerk, maar ook nu in brede zin is dit weer superrelevant. Kijk naar de politiek. Geloof in ieder geval niet klakkeloos wat er wordt beweerd. Dit is een mooie link naar het ANVC congres op 6 oktober. Ik ga daar zelf een lezing geven met de titel: ‘Weten we wat we meten?’ Als we een contactlens op het oog beoordelen – hoe doen we dat eigenlijk? En hoe zinvol is dat nu helemaal? Kritisch kijken, naar wat ‘men’ beweert – maar ook naar ons eigen functioneren. Benedictus de Spinoza zou trots zijn geweest denk ik.

Tags: Door de lens van, Eef van der Worp