Marco van Beusekom en Hans Kloes, voorzitters NCC

Voorzitters NCC over overdracht, koers en toekomst

Het Nederlands Contactlens Congres (NCC) is in twintig jaar uitgegroeid van een gewaagd experiment tot een internationaal erkend ijkpunt voor contactlensspecialisten en optometristen.

Aan de vooravond van NCC2026, met het thema Get Connected, kijken Marco van Beusekom (ex-programmavoorzitter en ex-bestuurslid Stichting NCC) en Hans Kloes (voorzitter NCC-organisatiecomité) terug én vooruit. Over pionieren, loslaten, samenwerken met concullega’s en de vraag wat het NCC ook in de toekomst uniek moet houden.

Twintig jaar Nederlands Contactlens Congres

Wie teruggaat naar het begin van deze eeuw, ziet een opvallend vacuüm. Na een groot maar financieel problematisch congres rond 2000 bleef het jarenlang stil in Nederland. “Iedereen wilde wel weer een congres”, herinnert Marco zich, “maar niemand durfde het risico te nemen”. De industrie was huiverig, de ANVC verlangde naar inhoud en in dat spanningsveld ontstond het idee voor een nieuwe vorm. In 2005 werd een voorstel uitgewerkt waarin die belangen samenkwamen. De Nederlandse Associatie van Contactlensleveranciers (NAC) stond garant, de organisatie kwam in handen van een kleine groep vakgenoten en in 2006 vond de eerste NCC-editie plaats in Koningshof in Veldhoven. “Aanvankelijk was het bedoeld als een eenmalig evenement, maar het enthousiasme was zo groot dat al snel duidelijk werd: dit moet een structureel contactlenscongres worden”, vertelt Marco.

Van pionieren naar een vaste waarde

De keuze voor een tweejaarlijkse frequentie bleek perfect. Genoeg tijd om inhoudelijk relevant te blijven, zonder dat het een routineklus werd. Hoewel elke editie zijn eigen doorbraken kende, wijzen zowel Marco als Hans zonder aarzeling naar 2010 als kantelpunt. The Next Decade markeerde het begin van thematisch werken en van een andere toon. Meer durf, meer beleving, zonder de klinische relevantie los te laten. “Dat was het moment waarop alle puzzelstukjes op hun plek vielen”, aldus Marco. “Het programma, de expositie, de sfeer; alles klopte. En iedereen herinnert zich nog wel ‘de man met de zeis’, Nathan Efron”.

Het is typerend voor het NCC: wetenschap en praktijk combineren met creativiteit en soms zelfs theater. Denk aan discussiesessies, arena-opstellingen en presentaties die elders ondenkbaar zouden zijn. “Ons doel is om mensen wakker te schudden en vaste denkpatronen te doorbreken”, vertelt Hans. “U wilt dat bezoekers naar huis gaan met nieuwe inzichten én nieuwe vragen”.

Leren vraagt om ontmoeting

Nu e-learning, webinars en on-demand content overvloedig beschikbaar zijn, rijst de vraag: wat voegt een fysiek congres nog toe? Voor Hans is het antwoord helder: “Leren is meer dan kennis consumeren. Het gaat om zien, horen, discussiëren en elkaar ontmoeten”. Dat sociale element, het reüniegevoel, zit diep verankerd in het DNA van het NCC. Groepen collega’s spreken af, lopen samen over de beurs en delen ervaringen die u online niet reproduceert. “Zonder dat element verliest een congres zijn ziel”, vindt Marco.

Juist daarom is altijd bewust gekozen om geen parallelle commerciële evenementen rondom het NCC toe te staan. Alles gebeurt op één plek, in één ritme. Dat zorgt voor focus en voor een lage drempel om met elkaar in gesprek te gaan. Ook tussen bezoekers en industrie.

Een van de meest onderscheidende kenmerken van het NCC is de manier waarop samenwerking tussen concullega’s is georganiseerd. Geen sponsorhiërarchieën, geen dominante stands, geen commerciële sturing van het programma. Iedere deelnemende partij doet op gelijke voet mee. Marco: “Dat is in het buitenland vrijwel uniek. Daar betaalt de industrie vaak grote bedragen zonder echte invloed, of juist met te veel invloed”.

Hans benadrukt dat die balans voortdurend onderhoud vraagt. “U moet elkaar blijven aanspreken op het gezamenlijke doel: kennis delen en de praktijk vooruithelpen. Zodra individuele belangen de overhand krijgen, gaat het mis”. Die filosofie verklaart ook waarom het NCC geen ‘businessmeeting’ is geworden. Bezoekers komen altijd voor het totale programma. Dat bewaakt het inhoudelijke karakter en voorkomt dat commercie de boventoon voert.

Dat een congres van deze omvang grotendeels door vrijwilligers wordt georganiseerd, blijft bijzonder. De structuur is in de loop der jaren wel steeds professioneler geworden, met ondersteuning op het gebied van organisatie, communicatie en techniek. “Maar de drijfveer is nog altijd intrinsiek”, zegt Hans. “Iedereen doet dit omdat hij of zij gelooft in het belang van een Nederlands Contactlens Congres”.

Overdracht en toekomstbestendigheid van het NCC

De uitdaging voor de toekomst zit vooral in verjonging en overdracht. Nieuwe mensen aantrekken betekent ruimte maken, verantwoordelijkheden delen en durven loslaten. “U moet voorkomen dat het een gesloten bolwerk wordt”, aldus Marco. “Het NCC moet van de sector blijven, niet van een vaste groep mensen”.

Als Hans terugkijkt op zijn jaren als voorzitter, overheerst trots. Trots op de continuïteit, op het feit dat het NCC inmiddels een begrip is in Europa en op de cultuur van samenwerking die is behouden. “Dat het congres nog steeds in deze vorm bestaat, zegt alles”. Voor Marco zit de voldoening vooral in de erkenning van buitenaf. “Als internationale collega’s zeggen: ‘Oh ja, het NCC, dat kennen we’, dan weet u dat u iets bijzonders hebt neergezet”. Tegelijkertijd is er het besef dat vernieuwing nodig blijft. Geen radicale breuk, maar evolutie.